De blend van Ann-Sofie

Laagdrempelige online tools en een stap-voor-stapaanpak. Dat zijn de hoofdingrediënten van Ann-Sofie’s blend voor haar NT1-cursisten.
Je cursisten zijn Nederlandstalig, maar willen beter kunnen lezen en schrijven. Wat willen ze precies leren?

Mijn cursisten hebben nooit vlot leren lezen en schrijven. Dat zorgt voor onzekerheid, frustratie en schaamte bij dagelijkse taken zoals een brief of e-mail begrijpen, een formulier invullen, de krant lezen, … Wat staat hier nu precies? Wat moet ik hier invullen? Heb ik dat wel juist geschreven? Dat soort dingen willen ze dus vlotter leren.

Die concrete leervragen van de cursisten zijn het vertrekpunt voor mijn lessen. Ze komen één keer per week naar het centrum voor een les van 3 uur. Die lessen zijn de basis van de cursus. We merken in ons centrum dat face-to-face-lesgeven toch heel belangrijk blijft voor deze doelgroep. De cursisten geven zelf ook aan dat ze het best leren in de klas, waar de leerkracht rechtstreeks uitleg geeft en altijd beschikbaar is om hen te helpen en te ondersteunen. Ook het sociale contact met de andere cursisten is voor de meesten heel belangrijk. Ze ervaren dat ook anderen dezelfde problemen hebben met lezen en schrijven, en ze kunnen elkaar aanmoedigen en steunen. Bovendien zijn de meeste van mijn cursisten weinig vertrouwd met het digitale. Ze hebben het gevoel dat ze daar niets van kennen en zijn snel bang om iets verkeerd te doen.

Het sociaal contact zorgt ervoor dat cursisten ervaren dat anderen dezelfde problemen hebben met lezen en schrijven. Ze kunnen elkaar aanmoedigen en steunen.
Heeft blended leren dan weinig meerwaarde voor jouw cursisten? Is de beste blend voor hen ‘geen blend’?

Nee, zeker niet. Dat face to face belangrijk blijft, betekent niet dat online leren geen plaats heeft in onze lessen. Alleen willen we dat geleidelijk opbouwen. Door stap voor stap kennis te maken met digitale toepassingen en kleine succeservaringen te hebben, krijgen de cursisten meer zelfvertrouwen. Die basis is nodig om er geleidelijk ook meer zelfstandig mee aan de slag te gaan, buiten de klas.

Eén keer les per week is niet veel, dus als het lukt om dat aan te vullen met online activiteiten tussendoor, zorgt dat voor veel extra leer- en oefenkansen. Het digitale is ook iets wat niet meer weg te denken is uit onze samenleving. Ook lezen en schrijven gebeurt steeds meer online, zoals bijvoorbeeld een afspraak maken bij de dokter of een attest aanvragen bij de gemeente. Dat is niet evident voor mijn cursisten, maar ze voelen wel heel sterk de nood om daarin bij te leren en hun vaardigheden stapsgewijs te versterken. Ze kunnen wat ze geleerd hebben meteen ook toepassen in hun dagelijks leven, dat zorgt voor hen, en ook bij mij, voor veel motivatie en voldoening. Ik probeer dan ook om zoveel mogelijk te werken met geïntegreerde taken, waarin zowel lees- en schrijfvaardigheid als digitale vaardigheden worden gestimuleerd.

Het digitale is iets wat niet meer weg te denken is uit onze samenleving. Dat is niet evident voor mijn cursisten, maar ze voelen wel heel erg de nood om daarin bij te leren.
Kan je daar een voorbeeld van geven?

Ik werk meestal verschillende lessen rond een bepaald thema, een soort van miniprojecten rond bijvoorbeeld het ziekenhuis, of de bibliotheek. Die thema’s zijn niet vooraf bedacht, die komen naar boven in de gesprekken met de cursisten. We oefenen dan dingen waar de cursisten moeite mee hebben en die ze graag willen leren, bijvoorbeeld aanmelden voor een afspraak in het ziekenhuis, een beterschapskaartje sturen naar iemand die opgenomen is, of de uitleentermijn van je bibliotheekboek verlengen zodat je geen boete krijgt. Ik probeer de taken zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de realiteit, en dan krijg je al snel combinaties van lezen, schrijven en ICT. Want een afspraak maken in het ziekenhuis gebeurt vaak online, het ziekenhuis heeft een dienst voor online kaartjes naar patiënten, en ook een boek verlengen in de bib doe je het snelst online.

Ik probeer de taken zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de realiteit, en dan krijg je al snel combinaties van lezen, schrijven en ICT.

Het bibliotheekproject is ontstaan naar aanleiding van een Wablieftboek dat we hadden gebruikt in de les en waar de cursisten enthousiast over waren. Iemand vroeg zich af of je ook in de stadsbibliotheek boeken in eenvoudige taal kunt vinden. We zijn samen gaan zoeken in de online catalogus, en daar zagen ze dat de bib wel degelijk een heel aanbod heeft, en dat er ook luisterboeken bestaan van Wablieft. We zijn toen de bibliotheek gaan bezoeken, en samen met een medewerker van de bib heb ik iedereen geholpen om zich lid te maken en een online account aan te maken. Cursisten die al lid waren, hielpen de anderen. Ze kregen ook een demonstratie van hoe je een boek kunt zoeken en reserveren, en tegen de volgende les heb ik hen toen de opdracht gegeven om zelf een boek te zoeken en te reserveren.

Nu zijn we net gestart met een project rond valse e-mails en sms-berichten die de cursisten de laatste tijd vaak krijgen. Ik heb hen gevraagd om verdachte berichten door te sturen naar mij, via e-mail of door een screenshot te maken en door te sturen. In de les beoordelen we dan samen of de berichten echt zijn of niet, en waaraan je dat kan zien. Voor de valse berichten laat ze dan sommige cursisten per 2 of 3 een melding sturen naar Safeonweb.be. Andere cursisten maken samen een post voor onze klasblog met tips om valse berichten te herkennen.

Maakt een blended aanpak het gemakkelijker om meer te differentiëren en op maat te werken?

Ja, dat vind ik wel. Ik werk vaak met een systeem van hoekenwerk, waarbij groepjes cursisten tegelijk aan verschillende opdrachten werken, maar wel rond het zelfde thema. Op die manier kan ik zorgen voor differentiatie, want de groep is nogal heterogeen van niveau en niet iedereen heeft dezelfde interesses en leervragen.

Daarnaast geef ik de cursisten ook regelmatig individuele online opdrachten op maat om gericht te oefenen tussen de lessen door. Als tijdens de lesactiviteiten blijkt dat een cursist bijvoorbeeld moeite heeft met de werkwoordspelling, dan stuur ik een link door naar online oefeningen daarover. Ik maak ook zelf vaak oefeningen met tools zoals BookWidgets of Quizlet. We wisselen veel materiaal uit tussen de collega’s van de alfa-vakgroep

Een tool moet vooral gemakkelijk toegankelijk zijn. Inloggen en wachtwoorden invoeren zijn drempels voor mijn laaggeletterde cursisten.
Wat maakt een tool geschikt om te gebruiken in jouw NT1-cursus?

Ten eerste moet een tool gemakkelijk toegankelijk zijn. Inloggen en wachtwoorden invoeren zijn drempels voor mijn laaggeletterde cursisten. Een tweede vereiste is dat de tool intuïtief en gebruiksvriendelijk is, zonder te veel overbodige ruis en moeilijke woorden. Verder is het ook handig als een tool op een smartphone werkt, en niet te veel mobiele data verbruikt. Want niet al onze cursisten hebben een computer en een goed internet thuis. Anderzijds is oefenen op het kleine scherm van een smartphone niet altijd gemakkelijk. Daarom heeft het centrum Chromebooks gekocht om uit te lenen aan cursisten. Ze mogen hier ook altijd in het open leercentrum komen werken, of in het Digipunt in de bibliotheek waar ze gratis computers en internet kunnen gebruiken. Met het Digipunt hebben we een hele goede samenwerking. De cursisten kunnen er terecht bij vrijwilligers die hen helpen met allerlei digitale vragen. Ons centrum organiseert ook een paar keer per jaar een cursus ‘Comuter voor beginners’ in het Digipunt.

Ann-Sofie

geeft de cursus NT1.

De cursus van Ann-Sofie in kaart

Uitdagingen digitale vaardigheden
Uitdagingen geletterdheid
Uitdagingen zelfregulering
Aandeel praktijk
Nood aan materiaal
Gespreksvaardigheid als leerdoel
Leslocatie moeilijk bereikbaar
Geen rustige thuisleeromgeving
Gebrek aan ICT-uitrusting thuis

De principes van Ann-Sofie

Laagdrempelige tools
Kies je tools weldoordacht: zorg dat ze toegankelijk en gebruiksvriendelijk zijn en een didactische meerwaarde bieden. Voor laaggeletterde cursisten werken vertrouwde, low-tech tools vaak het best.
Zelfregulering en digitale vaardigheden opbouwen
Bouw de noodzakelijke vaardigheden op door oefeningen te demonsteren en ondersteuning geleidelijk af te bouwen. Kleine succeservaringen kunnen het begin zijn van belangrijke veranderingen.
Technische omkadering
Blended onderwijs kan slechts georganiseerd worden als iedereen digitaal en online kan werken. Voorzie daarom digitale toegang en technische ondersteuning voor zowel leerkrachten als cursisten.
Alle principes